zaterdag 1 maart 2014

Manuel Schadwald

Inleiding
Voor de lezers die niet weten wie Manuel Schadwald is, zal ik eerst even uitleggen wie hij is. In juli 1993 verdween de twaalfjarige Manuel Schadwald uit Berlijn. Hij woonde bij zijn moeder. Zijn ouders waren gescheiden en de Duitse politie registreerde hem als weggelopen (bron). De lezers zullen zich ongetwijfeld afvragen wat Manuel Schadwald in hemelsnaam te maken heeft met de onderwerpen die ik tot nu toe heb behandeld. Dat is heel simpel, aangezien ik al in een eerdere blog heb geschreven dat het zogeheten HIK-team (Handel In Kinderen) van de Rotterdamse politie oorspronkelijk was opgericht om Manuel Schadwald op te sporen die zeer waarschijnlijk in het kinderprostitutiecircuit van Rotterdam was beland. In deze blog wil ik graag uitgebreid ingaan op de zaak van Manuel Schadwald. 


Manuel Schadwald in de zomer van 1993 (bron (reupload door mij))

Netwerkaflevering van 21 april 1998: Deel 1 en deel 2 op YouTube
Deze aflevering begon met een politie-inval in Waalre. Deze politie-inval vond plaats op 7 februari 1992. De politie trof daar een aantal mannen aan die kinderporno aan het bekijken waren. Verder werd daar een veertienjarige jongen aangetroffen die werd gemasseerd door een volwassen man. Drie keer raden wie daar ook werd aangetroffen? Nee, geen Joris D., maar de Duitser Lothar G. Er werd bij die inval een antwoordapparaat in beslag genomen met de stem van Lothar G. erop. De stemmen werden door Netwerk aan de hand van het proces-verbaal opnieuw ingesproken. Lothar G. zat vervolgens twee maanden in voorarrest, maar door een vormfout kwam hij weer vrij. De eerste keer dat hier mogelijk sprake was van een toevalligheid? Lothar G. ging vervolgens verder met zijn activiteiten. Hij runde zoals ik al eerder had gezegd een jongensbordeel in Rotterdam onder de neus van de Rotterdamse politie. 

Netwerk ging in deze aflevering aan de hand van niet-openbare documenten, telefoontaps en andere bronnen in op het falen en achterhouden van cruciale informatie door de Rotterdamse politie in de zaak van Manuel Schadwald. Lothar G. kon ongestoord door gaan met kinderprostitutie en mensensmokkel. De zaak van Manuel Schadwald begon voor de Rotterdamse politie op een dinsdagmiddag in januari 1993 wanneer er een tipgever zich meldde bij een politiebureau in Rotterdam omdat hij een tip had over de dingen die in het pand van Lothar G. gebeurde. Hij had een vermoeden dat er dingen gebeuren met minderjarige kinderen (in zijn ogen) die het daglicht niet kunnen verdragen. In de zomer van 1993 (op 4:41 van deel 1 staat de mogelijke datum van het telexbericht: 22 juli 1993) ontving de Rotterdamse politie van hun Duitse collega's een telexbericht over de activiteiten van Lothar G. aan de Beverstraat in Rotterdam. Er werden kinderpornofilms gemaakt met minderjarige kinderen op dat adres. Het ging vooral om kinderen om Oost-Duitsland. Ondanks deze informatie startte de Rotterdamse politie geen onderzoek naar de activiteiten van Lothar G. Een jaar later kreeg de Rotterdamse politie weer een tip over Lothar G. en Henk S. Deze tip ging over dat het tweetal een escortbureau dreven waarin minderjarige jongens uit Oost-Europa werden gehaald. Op 22 mei 1994 kwam er weer een tip met dit keer een verslag van een veertienjarige jongen waarin hij beschrijft dat er aan kinderprostitutie wordt gedaan. Ik vind het erg vreemd dat de Rotterdamse politie destijds geen onderzoek had ingesteld naar aanleiding van deze tips. Het gaat toch hier om ernstige strafbare feiten. Ik vind het ook een lachertje dat de Rotterdamse politie eens in de maand langs het pand van Lothar G. reed. De zedenrechercheurs sloegen al helemaal de plank mis door de ernst van de zaak te onderschatten. Uit een getapt telefoongesprek met Lothar G. bleek dat de politie hem verwittigd had dat er een klacht tegen hem was binnengekomen en dat hij even langs moest komen. Lekker slim om hem dan indirect in te seinen dat hij het zo rustig aan moest doen. Hij kon dan mogelijke bewijzen wegmoffelen. 

In de zomer van 1994 doen twee minderjarige jongens aangifte bij de politie in Berlijn. Ze deden aangifte van hetgeen wat hen was overkomen. Ze werden onder valse voorwendselen naar Rotterdam gelokt en ze kwamen uiteindelijk te werken in het bordeel van Lothar G. in Rotterdam. De minderjarige jongens verklaarde dat er in het bordeel van Lothar G. zich een jongen bevond die in Duitsland al een jaar vermist was. Zijn naam: Manuel Schadwald. Er werd internationaal naar hem gezocht en zijn moeder verscheen zelfs bij het televisieprogramma Vermist om aandacht te vragen voor zijn vermissing. Op 5 juli 1994 deed de Duitse politie een verzoek aan de Nederlandse politie om mee te helpen om Manuel Schadwald te vinden. Verder werd weer het bordeel van Lothar G. genoemd. Nadat een Duitse hulporganisatie de noodklok luidde bij de Nederlandse autoriteiten, kwam de Rotterdamse politie pas eindelijk in actie in deze zaak. Er meldde zich weer een getuige bij de politie dat Manuel Schadwald in Rotterdam was gesignaleerd. Nadat die getuige een verklaring had afgelegd, formeerde de Rotterdamse politie het HIK-team. Het HIK-team had twee doelstellingen. De eerste doelstelling was het vinden van Manuel Schadwald en de tweede doelstelling was het oprollen van de organisatie van Lothar G. Vervolgens begon het HIK-team telefoongesprekken te tappen en observeren. Dit leidde uiteindelijk tot het oprollen van de bordelen van Henk S. en Lothar G. 

Het HIK-team faalde wel in haar doelstelling om Manuel Schadwald te vinden. Er werd gezegd dat Manuel Schadwald daar niet was aangetroffen. In de aflevering wordt gezegd dat wie de stukken bij de rechtbank had doorgekomen, mogelijk tot deze conclusie kon komen. De politiejournaals met betrekking tot deze zaak zijn door een 'technische fout' vernietigd. Iets te toevallig als je het mij vraagt. We gaan even terug in de tijd naar 19 september 1994 om 23.26. Lothar G. werd goed in de gaten gehouden door een observatieteam en zijn telefoon wordt afgetapt. Een kwartier later (rond 23.45) ziet het observatieteam dat Lothar G. met een jongen naar buiten komt. Ze liepen samen naar een shoarmatent vlakbij, waar ze ook naar binnen gingen. In die shoarmatent zaten al drie Poolse jongens die naar Nederland waren gesmokkeld. De Rotterdamse politie ontkende dat zij Manuel Schadwald hadden gezien, maar het journaal van de politie zei dat het juist wel ging om Manuel Schadwald. In het HIK-Journaal (te zien op 17:47 van deel 1) stond juist dat het observatieteam Manuel Schadwald juist wel herkende als een van de jongens die met Lothar G. was. De Rotterdamse politie ontkende dit juist omdat Manuel Schadwald een 'algemeen' uiterlijk had voor jongens in dat circuit. Dit is in tegenspraak met het standpunt van het observatieteam die overtuigd was dat het wel degelijk ging om Manuel Schadwald. Drie observanten hadden namelijk Manuel Schadwald herkend. Het observatieteam kwam vervolgens voor het dilemma om Manuel Schadwald op te pakken en zodoende het onderzoek naar Lothar G., Henk S. en hun klanten in gevaar te brengen of Manuel te laten lopen om het onderzoek niet in gevaar te brengen. In de regel is het zo dat er moet worden ingegrepen wanneer er een reëel gevaar bestaat dat er iemand iets zal overkomen. 

Het observatieteam wist niet hoe te handelen, dus ze probeerde iemand van het rechercheteam te pakken te krijgen, maar dit lukte ook niet. Verdere instructies over hoe te handelen wanneer Manuel Schadwald zou worden aangetroffen waren er niet. Het observatieteam besloot uiteindelijk om hem te laten lopen, met mogelijke fatale gevolgen. Niemand heeft ooit meer wat van hem vernomen. In het journaal van de politie stond verder niks over het feit dat de observanten Manuel Schadwald hadden herkend. Weer iets te toevallig als je het mij vraagt. Hun Duitse collega's en de ouders van Manuel werden lekker op de hoogte gehouden over het feit dat Manuel in Rotterdam of in Amsterdam was gezien. Uiteindelijk vertrok een dag later nadat de observanten Manuel Schadwald hadden gezien in het gezelschap van Lothar G. een auto met drie Poolse jongens en een andere jongen met bestemming Düsseldorf. 




Manuel Schadwald in Amsterdam geweest?
In een documentaire (Frans gesproken en Nederlands ondertiteld) op YouTube over Internationaal Kindermisbruik over de zaak-Zandvoort overhandigde op een gegeven moment een handelaar in kinderporno een cassette aan Marcel Vervloesem van de Werkgroep Morkhoven. Deze cassette heette 'Madeira'. Bij deze cassette zat als 'bijvangst' wat andere cassettes met kinderporno. Op een van die cassettes werd Manuel Schadwald herkend door een Rotterdamse politieagent (vanaf 28.51 in de documentaire). De beelden in deze fase van de documentaire zijn afkomstig van het actualiteitenprogramma Nova. 

In de documentaire wordt op een gegeven moment gezegd dat men dingen heeft ontdekt die voor de moeder van Manuel moeilijk te bevatten zijn, omdat die dingen nogal complex in elkaar zaten (30.40 van de documentaire). Het gerucht ging dat Manuel voor zijn verdwijning een paar keer werd gezien bij de Bahnhoff Zoo in Berlijn. Dit was een plek waar jongens zich prostitueerde. De zelfhulpvereniging 'Mann O Meter' kreeg een jaar naar de verdwijning een telefoontje. De beller wilde anoniem blijven en de beller vertelde dat de kleine Manuel uit Berlijn in Amsterdam was gestorven. Vervolgens werd er een signalement gegeven van een man tussen de 45 en de 50 jaar met een lengte van 1.80, grijs krullend haar en een snor. 

Verder in de documentaire wordt er een stuk gewezen met Marcel Vervloesem en Robbie van der Plancken. Het was Marcel Vervloesem van de Werkgroep Morkhoven gelukt om in het netwerk door te dringen en de nodige feiten te verzamelen. Dit zorgde ervoor dat Robbie van der Plancken in actie kwam. Dit resulteerde in een ontmoeting op 4 juni 1998 in Amsterdam. Deze ontmoeting werd opgenomen voor de camera. Marcel Vervloesem stelde Robbie van der Plancken vragen over Manuel Schadwald (vanaf 40.01 van de documentaire). Robbie van der Plancken geeft toe dat hij Manuel vanaf 1993 kent. Hij had hem ontmoet in Berlijn. Robbie stelt in het gesprek dat Manuel Schadwald niet was ontvoerd. Hij vertelde dat Manuel niet bepaald blij was en dat het gezelschap (wat andere jongens en de onvermijdelijke Lothar G.) naar Hamburg ging. Robbie gaf in dit gesprek toe dat de jongens werden geronseld voor de kinderprostitutie. Volgens Robbie van der Plancken ging Manuel van Berlijn naar Hamburg om vervolgens in Rotterdam te belanden. Op de vraag of Manuel nog leeft gaf Robbie van der Plancken een omslachtig antwoord. Eerst wil hij de vraag ontwijken, maar later vertelt hij dat Manuel mogelijk zou leven (vanaf 49.10 van de documentaire). 




Die Welt
In de Duitse dagblad Die Welt verscheen een artikel over Marc Dutroux. Voordat ik het artikel ga bespreken, wil ik even zeggen dat mijn Duits niet zo goed is. Mocht ik een fout maken in de vertaling, dan kunnen jullie dit zeggen zodat ik de fout(en) eruit haal. Het artikel ging over Marc Dutroux die een onderdeel zou zijn van een Europees netwerk van kinderhandel en kinderprostitutie. Het artikel leek niet te gaan over Manuel Schadwald, maar via Robbie van der Plancken die een schakel in het netwerk vormde omdat hij in Berlijn jonge jongens lokte om vervolgens die jonge jongens te laten werken in die bordelen in Rotterdam en Amsterdam is de schakel wel te vinden. Er schijnt volgens het artikel een film te zijn waarop Manuel Schadwald tijdens het schieten van een kinderpornofilm sterft. Dit is een zogeheten snuff-movie. Volgens de getuige stierf Manuel Schadwald in een bungalow in de omgeving van Amsterdam door verstikking en hij werd daarna door zijn hoofd geschoten (bron). 

Het eind van het artikel in het Duitse dagblad Die Welt ging in op de rol van de Nederlandse politie in de zaak van Manuel Schadwald. Het onderzoek naar de verdwijning van Manuel Schadwald werd in 1995 gestopt. De Amsterdamse politie waarschuwde hun Berlijnse collega's om hun onderzoeksactiviteiten te staken naar de verdwijning van Manuel Schadwald omdat dit tot niks zou leiden. Men moest ook verklaren om niks te zeggen over deze zaak. Tenslotte werd er aan toegevoegd dat deze zaak onder een slechte gesternte zou vallen (bron en bron).

Aandacht voor de zaak
In de jaren die daarop volgde kreeg de zaak nog wel de nodige aandacht. Onder meer Jan Poot besteedde in 2011 aandacht aan de zaak door middel van een geplaatste advertentie in het Haarlems Dagblad (bron). In zijn advertentie die vooral ging over Joris Demmink stond dat een bron aan hem in 2009 had gezegd dat er een groot pedofielennetwerk in Den Haag zou zijn. Niet alleen Joris Demmink werd genoemd, maar ook meer topambtenaren en politici. In de advertentie stond verder dat het niet alleen ging om een netwerk in Den Haag, maar dat het netwerk zich uitstrekte over Europa met Amsterdam. Dit werd althans beweerd door het al reeds genoemde dagblad Die Welt en haar ochtend-dagblad Der Berliner Morgenpost. 

De geplaatste advertentie werd smeuïger doordat Jan Poot vertelde in de advertentie dat hij in augustus 2010 een brief had gekregen van een zekere niet-anonieme getuige die zichzelf beschikbaar stelde voor commentaar en feitelijke onjuistheden met betrekking tot het dossier. De meest zorgwekkende mededeling van die getuige ging over Manuel Schadwald. Manuel Schadwald was vermoord aan boord van het jacht Apollo en ene Joris Demmink zou daar bij aanwezig zijn geweest. Dit werd ook later gezegd door Marcel Vervloesem (bron). Er werd de vraag gesteld hoe deze getuige dit nou zo zeker wist. De getuige stelde dat hij in opdracht van de BVD was geïnfiltreerd in de betreffende pedofielen-bende via onder meer Stichting De Maasdam. Manuel Schadwald zou vervolgens in een zak met verzwaarde stenen in het IJsselmeer zijn gegooid. Wat zou hier van waar zijn?

De Werkgroep Morkhoven is al een hele tijd bezig met de zaak van Manuel Schadwald. Een van de laatste dingen die vielen te melden omtrent deze zaak is dat de Werkgroep Morkhoven de documenten van Manuel Schadwald hadden gevonden. Verder werden naast die documenten ook de schooltas van Manuel Schadwald en een brief van Manuel gevonden. Dit werd volgens de Werkgroep Morkhoven op een Nederlandse locatie gevonden (bron). 

Slot
Het is een heel lang stuk geworden over Manuel Schadwald. De optimist in mij hoopt dat hij nog in leven is, maar ik moet realistisch zijn en erkennen dat de kans zeer groot is dat hij niet meer leeft. Ik heb in dit stuk meer indirect mijn visie gegeven op de zaak Manuel Schadwald. Hier zal ik nu meer inzoomen op het handelen van de Nederlandse politie (meer in het bijzonder de Rotterdamse politie).

Ik zou eigenlijk wel willen weten door welke vormfout Lothar G. in 1992 na twee maanden voorarrest op vrije voeten kwam. Dat is mij niet duidelijk geworden. Wat mij zeker zorgen baart was het optreden (of het niet-optreden) van de Rotterdamse politie. De Rotterdamse politie kreeg concrete tips over het doen en nalaten van Lothar G. Het lijkt me duidelijk dat hier wel zeker sprake was van tenminste een redelijk vermoeden van een ernstig misdrijf. Verder vind ik het erg opmerkelijk dat ze Lothar G. hadden verwittigd dat iemand een klacht had over hem en dat hij het zo even 'rustig' aan kon doen met zijn activiteiten. De Rotterdamse politie kwam pas eindelijk in actie toen een Duitse hulporganisatie de noodklok luidde. 

Het HIK-Team had duidelijk gefaald met betrekking tot een van haar doelstellingen: het terugvinden van Manuel Schadwald. Dat de politiejournaals waren vernietigd door een 'technische fout', zet ik mijn vraagtekens bij. Als je het mij zou vragen, dan zou dit een goede truc zijn om de Duitse politie ervan te overtuigen dat Manuel Schadwald helemaal daar niet was. De vraag is dan waarom. De Rotterdamse politie ontkende in de aflevering van Netwerk dat het observatieteam Manuel Schadwald had gezien, maar het HIK-journaal sprak juist wel van het feit dat Manuel Schadwald was gezien door het observatieteam. Het is natuurlijk amateurisme van de bovenste plank dat er geen scenario's klaarstonden voor het geval dat Manuel Schadwald zou worden gezien. Verder was het nogal knullig dat er niemand te bereiken was bij het rechercheteam toen het observatieteam ze nodig had. Verder heb ik geen goed woord over voor het mogelijke optreden van de Amsterdamse politie die hun Berlijnse collega's zeer waarschijnlijk waarschuwde dat de zaak Manuel Schadwald onder een slechte gesternte zou vallen. Had de politie orders van hogerhand gekregen?

maandag 3 februari 2014

Joris Demmink en Suriname III: met recente ontwikkelingen

Inleiding
Er is redelijk wat tijd voorbij gegaan voordat ik weer een blog in elkaar kon knutselen. In die tijd heb ik niet echt stil gezeten. Ik had namelijk een Wob (Wet openbaarheid van bestuur)-verzoek ingediend bij het Ministerie van Defensie met onder meer vragen die over Joris Demmink gingen. Deze vragen waren specifiek gericht op zijn tijd bij Defensie, maar uiteraard heb ik ook een enkele vraag gesteld die niet ging over Joris Demmink. Ik heb bijvoorbeeld een vraag gesteld over eventuele militaire samenwerking tussen Nederland en Suriname in de periode van november 1975 t/m november 1992. Inmiddels heb ik antwoord gehad op mijn Wob-verzoek en ik kan inmiddels vertellen dat ik op een paar vragen geen antwoord heb gekregen omdat de informatie niet aangetroffen was en omdat de opgevraagde informatie onder de uitzonderingsgronden viel van art. 10 Wob. Bij een van de antwoorden viel mij iets op. Het gegeven antwoord op een van de vragen heeft namelijk betrekking op mijn eerste blog van Joris Demmink en Suriname. In deze blog zal ik eerst mijn gestelde vragen voor de duidelijkheid op een rijtje zetten. Daarna zal ik de antwoorden van de vragen weergeven. Hierna zal ik even bij een van de vragen wat langer stil staan, omdat ik wat zaken op een rijtje moet zetten. Tenslotte wil ik even van de gelegenheid gebruik maken om mijn visie op de recente ontwikkelingen in de affaire Joris Demmink in deze kwestie te geven.

De vragen van mijn Wob-verzoek
In het kader van een onderzoek naar de militaire betrokkenheid van Nederland in Suriname in de periode van november 1975 t/m november 1992 verzoek ik u om een aantal documenten te openbaren die betrekking hebben op de volgende zaken:
1. een overzicht van de eventuele gemaakte dienstreizen van het toenmalige hoofd directie Juridische Zaken afdeling Wetgeving en Publieke zaken, mr. J. Demmink die destijds de functie van Suriname-coördinator had;
2. een document met het functieprofiel van het hoofd directie Juridische Zaken afdeling Wetgeving en Publieke zaken plus een omschrijving van de taken van de functie van Suriname-coördinator;
3. informatie over de reden(en) waarom mr. J. Demmink vertrok of moest vertrekken bij het Ministerie van Defensie in 1982; 
4. informatie over militaire samenwerking tussen Nederland en Suriname in de periode van november 1975 t/m november 1992 (meer specifiek de periode tussen 1 januari 1980 t/m 8 december 1982) en nog meer specifiek informatie over eventuele militaire trainingen en wapentransacties tussen Nederland en Suriname.

De antwoorden op de vragen in mijn Wob-verzoek
Op mijn eerste vraag heb ik geen antwoord gekregen omdat dit valt onder een van de uitzonderingsgronden van art. 10 Wob. Op mijn tweede vraag kreeg ik geen antwoord, omdat het functieprofiel na al die jaren niet te vinden was en omdat zijn toenmalige functie inmiddels was opgegaan in een andere functie. De functie bestaat dus al een hele tijd niet meer. 

Het antwoord op mijn derde vraag was een soort van ja en nee antwoord. Ik kreeg geen antwoord op de precieze reden(en) waarom Joris Demmink vertrok of moest vertrekken bij het Ministerie van Defensie in 1982, omdat dit uiteraard weer viel onder een van de uitzonderingsgronden van art.10 Wob. Je zou denken dat dit een definitief antwoord was op mijn vraag. Tot mijn verbazing las ik de volgende zin in het antwoord op mijn Wob-verzoek: "Wel kan ik u mededelen dat de heer Demmink vrijwillig het ministerie heeft verlaten om elders succesvol zijn carrière te vervolgen." Dit is namelijk in tegenspraak met mijn blog over Joris Demmink en Suriname, waarin er juist een CRI-bron had gezegd dat Demmink bij het Ministerie van Defensie moest vertrekken vanwege zijn rol bij de coup van Desi Bouterse en een mogelijke seksuele relatie met een Surinaamse militair.

Ik pak even de belangrijkste quote in dit verband erbij van Kleintje Muurkrant van de serie Cold Turkey 13: "Volgens onze CRI-bron zou de aanleiding tot het naar het naar buiten dragen van Joris bij Defensie van seksuele aard zijn geweest. Joris zou namelijk een bloeiende relatie hebben onderhouden met een jonge Surinaamse militair uit het Bouta-team, dat in 1982 verantwoordelijk was voor de Decembermoorden." (Bron: Kleintje Muurkrant, zoeken op Bouterse, Demmink). Ik heb in de quote een foutje rechtgezet. Het ging niet om de Septembermoorden, maar om de Decembermoorden. Je zou kunnen zeggen dat ik nogal overenthousiast was toen ik het Wob-verzoek in elkaar zette, maar eigenlijk is dit meer waarop ik eigenlijk had gehoopt. Ik wist voordat ik het Wob-verzoek verstuurde dat ik niet bijvoorbeeld het rapport van majoor Koen Koenders zou kunnen inzien. Daarom heb ik me meer geconcentreerd op subvragen en eventuele bijvangst. 

Zoals ik het hier breng verschilt de lezing van het Ministerie van Defensie met de lezing van de CRI-bron. Het Ministerie van Defensie stelt dat Joris Demmink vrijwillig vertrok bij Defensie, maar de CRI-bron stelt daarentegen dat Joris Demmink min of meer moest vertrekken bij Defensie. Dit is een punt die eigenlijk nader moet worden onderzocht, aangezien er hier sprake is van verklaringen die elkaar tegenspreken.

Tenslotte heb ik op mijn vierde vraag wel een positief antwoord gekregen doordat ik de gevonden stukken mocht inzien. Het waren nogal oude stukken (waaronder een handgeschreven briefje van kolonel van Tussenbroek met het verzoek om wapens voor de Surinaamse strijdkrachten). Die wapens werden verrekend met het ontwikkelingsgeld. Toen ik die stukken ging doornemen werd ik meegezogen in de tijd terug. Ik vond wel een aantal stukken waarin de naam van Joris Demmink in werd vermeld. Ik vond bijvoorbeeld op een paar stukken handgeschreven dat er een kopie moest worden gegeven aan dhr. Demmink. De meest belangrijke ontdekking die ik heb gedaan was toch dat Joris Demmink in 1980 en 1981 meerdere keren in Suriname was geweest. Als ik het mij goed kan herinneren was Joris Demmink in september 1980 in Suriname, omdat het vorige bezoek een aantal maanden daarvoor 1980 moest worden afgebroken door bepaalde gebeurtenissen in Suriname. Verder las ik in een verslag dat er gewacht moest worden op Joris Demmink en zijn collega omdat ze in Suriname zaten. Dit was volgens mij in juni 1981. Uiteraard was Joris Demmink daar uit hoofde van zijn functie. Door het doornemen van deze stukken heb ik de bevestiging gekregen dat Joris Demmink uit hoofde van zijn functie meerdere malen in Suriname is geweest. Ik hoop dat ik nog meer informatie kan vinden of kan krijgen van de lezers van deze blog over wat Joris Demmink wel of niet heeft uitgespookt in die periode tot december 1982 in Suriname. Wie informatie heeft over Joris Demmink en Suriname kan het contactformulier invullen die ik heb toegevoegd. Uw informatie zal dan vertrouwelijk worden behandeld na verificatie. Reacties op mijn blog heb ik na wat geklungel weer voor iedereen toegankelijk kunnen maken. 

Ik heb lang getwijfeld wat ik moest doen met de brieven die ik heb gekregen naar aanleiding van mijn Wob-verzoek, maar ik gooi de brieven en mijn Wob-verzoek geanonimiseerd online. 

Hier, hier, hier en hier te vinden. 


Recente ontwikkelingen
Op 21 januari 2014 werd bekend dat het Hof Arnhem had bepaald dat Joris Demmink moet worden vervolgd op verdenking van verkrachting van twee Turkse jongens. Om eerlijk te zijn had ik dit niet meer verwacht. Ik dacht meer dat het Hof Arnhem meer de zaak zou afdoen met een dooddoener omdat de feiten zouden zijn verjaard en de verklaringen van de Turkse jongens zouden niet consistent genoeg zijn geweest . De vraag is natuurlijk of het tot een daadwerkelijke vervolging van Joris Demmink gaat komen. Ik ben geneigd om te denken van niet omdat de zaken nogal ingewikkeld liggen. Welke rechtbank gaat zich bijvoorbeeld oordelen over deze zaak? Dit komt omdat Joris Demmink veel rechters en medewerkers kent. Dit kan belangenverstrengeling opleveren. Verder zou het best zo kunnen zijn dat het Openbaar Ministerie Joris Demmink helemaal niet wil vervolgen.

Na deze spectaculaire ontwikkeling vielen de media massaal over elkaar heen. Frits Wester bleek bij Knevel en van den Brink een heuse Demmink-expert. Ik moest mijn lachen hier inhouden, aangezien RTL jarenlang aan de zijlijn heeft toegekeken net als bijvoorbeeld de NRC. Het zou goed kunnen dat ik later hier op terug ga komen, maar dan met een blog over de rol van de media en bepaalde personen in deze affaire. Dan vergeet ik nog Henk Krol die bij het televisieprogramma Eén op Eén wat pikante onthullingen deed over Joris Demmink en de hele mikmak erom heen. Hij heeft de kwestie drie keer proberen aan te kaarten bij minister Opstelten, maar hij werd afgehouden en later afgewimpeld vanwege een aanklacht voor het hacken van een computer (iets te toevallig als je het mij vraagt). Verder ging hij in op het gebeuren met Gay Krant en Panorama waarin een artikel werd geschreven over een zekere topambtenaar van Justitie die in een zeker plantsoen in Eindhoven kwam. Henk Krol zei dat hij geen zekerheid had dat Joris Demmink seks had met minderjarigen, maar hij gaf wel aan dat zijn bronnen afkomstig waren van het ministerie van Justitie. Het waren topambtenaren. Verder onthulde hij dat Joris Demmink een vriendje had die kinderporno maakte. Hij doelt daarbij op Libor Čtvrtlík.


zaterdag 16 november 2013

De column van Lidy Nicolasen (Volkskrant) over Joris Demmink

Inleiding
Van de week verscheen online een column van Lidy Nicolasen in de Volkskrant (bron). Dit was niet zomaar een column, omdat het ging over Joris Demmink. Dit was een reden voor mij om deze column eens grondig door te lezen. Wat ik in die column las was voor mij een reden om een blog aan deze column te wijden, omdat ik een aantal punten uit haar column nader wil bekijken en waar nodig weerleggen. 

Complotdenkers
In haar column ging zij onder meer in op de complotdenkers die Joris Demmink van alles en nog wat aanrekenen. Ik moet toegeven dat de naam van Joris Demmink bij vele zaken wordt genoemd op dit moment en dat de gronden daarvoor in een aantal gevallen ver gezocht zijn. Ik ben wel oneens dat zij diegene die Joris Demmink beschuldigen van allerlei (strafbare) feiten in het hokje van complotdenkers durft te drukken. De beschuldigingen komen onder meer van Hilbrand Nawijn (bron). Fred de Brouwer van Panorama kreeg de volgende quote van Nawijn:" En waarschuwt mij meerdere keren voor snoeiharde represailles. “Deze man gaat over lijken als zijn positie in gevaar komt. Hij doet er echt alles aan om zijn macht te behouden. Hij is geslepen. Let maar goed op: jij zou de eerste niet zijn wiens remleidingen plotseling blijken doorgeroest. Moord gebeurt in ons land ook." (bron). Het opmerkelijke was wel dat Nawijn wel naar de afscheidsreceptie van Demmink was geweest. Wat Lidy Nicolasen verder over het hoofd heeft gezien is dat Joris Demmink in 2009 in opspraak kwam omdat hij te veel zou declareren. Dit kwam naar voren door middel van een Wob-verzoek (bron). Verder zou hij zijn declaraties niet schriftelijk onderbouwen. Daarnaast zijn er Kamervragen gesteld door onder meer Pieter Omtzigt en Peter Oskam van het CDA over Joris Demmink. De zaak heeft zelfs in het buitenland aandacht gekregen.

Weglaten van informatie: bewust of onbewust? 
"Demmink is geboren in Hilversum. Hij studeerde rechten in Leiden. In 1982 kreeg hij zijn eerste baan op het ministerie van Justitie in Den Haag. Een jaar geleden ging hij met pensioen, na een glanzende ambtelijke carrière die hem bracht op de hoogste stoel van het departement: secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hij versleet een vijftal ministers, onder wie CDA'ers als Piet Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin." (bron)

Wat valt aan het bovenstaande stuk op? Er wordt niet ingegaan op de tijd van Joris Demmink bij het ministerie van Defensie. Dit is erg opvallend, want de meeste lezers van haar column zullen denk ik niet weten hoe Joris Demmink bij het ministerie van Justitie is beland nadat hij in zijn tijd bij Defensie als Suriname-coördinator het rapport van Majoor Koen Koenders tot staatsgeheim had verklaard terwijl het rapport volgens hem een opsomming was van geruchten. Als Lidy zo goed was geïnformeerd, dan had ze meteen kunnen uitzoeken waarom Joris Demmink weg moest bij Defensie. Nu lijkt ze te suggereren dat Joris Demmink vanuit de studiebanken bij het ministerie van Justitie ging werken. Op zijn CV staat toch echt dat hij een aantal jaar bij het ministerie van Defensie had gewerkt (bron). Heeft Lidy haar huiswerk slecht gedaan of heeft ze dit met opzet weggelaten? 

Geen bewijs tegen Joris Demmink
Ook Lidy Nicolasen slaat hier de plank mis net als ene Peter R. de Vries in zijn tweet (bron). Ook zij praat over dat er geen bewijs is. Ze zegt zelf: "Nooit heeft ook maar iemand een snipper van een belastend feit ontdekt, alle beweringen ten spijt." (bron). Daar gaat het niet om. Het gaat er om dat er genoeg feiten en omstandigheden zijn in de zin van art. 27 Sv om Joris Demmink als verdachte aan te merken. In mijn ogen zijn die er voldoende zoals ik hier aangaf.  Dit betekent dat er een serieus onderzoek moet komen naar de beschuldigingen rondom Joris Demmink.

donderdag 17 oktober 2013

Mischa Wladimiroff, de strafadvocaat van Joris Demmink

Het heikele avontuur van Spong in Suriname
Maandag was ik een aantal uur niet online en tot mijn verbazing las ik eerst in mijn mailbox een mailtje van Meld Demmink met het volgende krantenbericht en een boodschap dat het druk was op Twitter:


Eerst dacht ik dat er niet zo veel aan de hand was, maar in het geelgedrukte stukje kwam al snel naar voren dat Gerard Spong een van de advocaten was van Badrissein Sital en dat Mischa Wladimiroff als kantoorgenoot van Spong hem kon redden van een mogelijk langdurig gevangenschap door met succes protest aan te tekenen bij de Nederlandse ambassadeur, bij Bouterse en Andre Haakmat. Sital werd door de regering Arron samen met Ramon Abrahams en Laurens Neede in de gevangenis gegooid omdat de regering-Arron destijds tegen vakbonden was voor militairen. Dit was een aanleiding voor Bouterse om zijn Sergeantencoup op 25 februari 1980 te plegen (bron). Bij de Sergeantencoup werd het drietal vrijgelaten door de autoriteiten in het politiebureau om met de militairen te gaan onderhandelen over een staakt het vuren.

Na de Sergeantencoup werd de Nationale Militaire Raad in Suriname ingesteld. In die Militaire Raad zaten onder meer Desi Bouterse, Roy Horb, Badrissein Sital, Stanley Joemman en Chas Mijnals. In het begin was de koers van de Nationale Militaire Raad gematigd te noemen, maar in de maanden die volgden begon de linkervleugel die bestond uit Sital, Joemman en Mijnals zich te roeren binnen de Nationale Militaire Raad. In augustus 1980 werd het drietal door Bouterse in de gevangenis gegooid vanwege het beramen van een linkse coup. Het drietal werd uiteindelijk veroordeeld tot gevangenisstraffen van twee jaar. Bouterse bezocht Sital echter veelvuldig in zijn cel en hij begon sympathie te krijgen voor de ideeën van Sital. Het drietal werd hierop twee maanden later vrijgelaten. Deze periode markeerde de overgang van een gematigde koers naar een wat meer extreem linkse koers.

Mischa Wladimiroff, de strafadvocaat van Joris Demmink
Toen ik op Twitter verder ging zoeken las ik via een link van de website Crimesite dat Mischa Wladimiroff de strafadvocaat is van Joris Demmink (bron). Dit blijkt uit navraag bij het gerechtshof te Arnhem. Deze week dient namelijk de artikel 12-procedure (klachtprocedure) van de twee Turkse jongens die claimen dat ze zijn misbruikt door Demmink. Ze willen dat hij wordt vervolgd voor het misbruik. Het saillante detail hiervan is dat Wladimiroff als lid van de Toegangscommissie afgesloten strafzaken (TCEAS) onder leiding van Buruma zich tegen de herziening van de zaak Baybasin opstelde. Het verhaal wordt nog smeuïger omdat Wladimiroff volgens Baybasin in 1999 voor een half jaar zijn advocaat was (bron). Dit zou best eens kunnen betekenen dat Wladimiroff van bepaalde zaken op de hoogte was. Klaas Langendoen, die voor de advocate van Baybasin, Adele van der Plas onderzoek deed in Turkije vertelde dat Wladimiroff een reis die hij zou maken met Buruma en zijn adviseur Bas Jacobs om de waarheid in de zaak Baybasin boven tafel te krijgen geblokkeerd werd door Wladimiroff. Hij vind het ongelofelijk dat Wladimiroff de strafadvocaat is van Demmink en dat hij achteraf nu wel begrijpt waarom die reis niet was doorgegaan. Het lijkt mij tijd dat er alles uit de kast wordt gehaald om de waarheid in deze kwestie te achterhalen. Wladimiroff reageerde tegenover Crimesite als volgt:  'Ik kan u slechts slechts berichten dat ik als lid van de TCEAS geen enkele inhoudelijke bemoeienis heb gehad met de aan de heer Demmink gemaakte verwijten die thans in de beklagprocedure aan de orde zijn en dat er met hem geen contact is geweest. In het verleden heeft de heer Baybasin mij ooit als raadsman gevraagd zonder dat dit tot een inhoudelijke bemoeienis heeft geleid.' (bron)  

Vragen, vragen en nog eens vragen

Waar kennen Demmink en Wladimiroff elkaar van? Kennen ze elkaar van mogelijk van de studie Rechtsgeleerdheid aan de universiteit van Leiden (bron en bron)? Is het goed mogelijk dat ze elkaar mogelijk kunnen kennen van de gebeurtenis in het krantenartikel? Waarom heeft Joris Demmink juist gekozen voor Wladimiroff als strafadvocaat terwijl er zat goede advocaten zijn die niet benaderd waren door Baybasin? Wie betaalt eigenlijk Wladimiroff? Betaalt Demmink hem zelf of draait de Nederlandse Staat en dus de burger op voor de kosten van Waldimiroff?


woensdag 11 september 2013

De documenten rondom de Nederlandse Militaire Missie in Suriname

De documenten rondom de Nederlandse Militaire Missie in Suriname
Joris Demmink kreeg het in de jaren 80 het voor elkaar om het rapport van de Nederlandse Militaire Missie in Suriname tot staatsgeheim te verklaren. Wat veel Nederlanders niet weten is dat het rapport rondom de Nederlandse Militaire Missie ter vertrouwelijke inzage in de bibliotheek lag voor de Tweede Kamerleden. Dit blijkt uit de gestelde Kamervragen door SP-Kamerlid Harry van Bommel die zijn beantwoord zijn door de toenmalige minister van Middelkoop van Defensie en minister Verhagen van Buitenlandse Zaken (bron). Uit de beantwoording van de Kamervragen blijkt echter dat het betreffende stuk een paar jaar voor de gestelde Kamervragen in 2009 is afgevoerd van de lijst. Een interessant gegeven is echter dan Hans Valk na 25 februari 1980 contacten onderhield met de groep die de staatsgreep had gepleegd. Hij werd pas in juni 1980 overgeplaatst. Wat in mijn ogen opvallend is, is dat er een vaag antwoord wordt gegeven op vraag vijf in het betreffende verslag. De vraag ging over of alle relevante documenten inclusief het rapport van de Landmacht Inlichtingendiensten ter beschikking waren voor het proces van de decembermoorden. Er volgde hierop een redelijk vaag antwoord op doordat de staatsgreep op 25 februari 1980 plaatsvond, de Nederlandse Militaire Missie in Suriname werd opgeheven in 1981 en de decembermoorden vonden plaats in december 1982. Dit is in mijn ogen een vaag antwoord, omdat er niet duidelijk wordt aangegeven waarom die documenten niet relevant zouden zijn voor het proces van de decembermoorden. Wil de Nederlandse staat hiermee haar rol als katalysator van de gebeurtenissen in Suriname proberen te verhullen? Ik zie de mogelijke betrokkenheid bij de coup in 1980 van Nederland als een oorzaak. De gevolgen zijn de gebeurtenissen na de coup van 1980.

Staatsgeheim
In april 2011 berichte een blog al over dat het dossier van de Nederlandse Militaire Missie tot 2060 achter slot en grendel blijft (bron). Helaas beschikte deze blog niet over het bericht in de Staatscourant. Ik heb wel de betreffende Staatscourant boven water te weten halen (bron). Uit de Staatscourant blijkt dat het dossier tot staatsgeheim is verklaard vanwege het belang van de Staat of haar bondgenoten. Dat is in mijn ogen vage borrelpraat omdat de Nederlandse Staat in feite hiermee haar mogelijke betrokkenheid in Suriname probeert te verhullen. Ik kan me niet voorstellen dat Suriname een belang zou hebben om deze documenten tot staatsgeheim te verklaren. De Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken, Winston Lackin noemde het opvallend dat Nederland het dossier tot 2060 had laten bevriezen (bron). Hierbij sluit ik me aan. Dit gedrag van de Nederlandse Staat voedt mijn vermoeden dat Nederland meer heeft uitgespookt dan het wil toegeven. Verder vind ik het opvallend dat de media pas in 2012 erachter kwamen dat Nederland het dossier tot 2060 had laten bevriezen. Nou weet ik dat de Staatscourant niet de meest toegankelijke medium is, maar het blijft wel overeind staan dat de media aan het slapen waren.

vrijdag 16 augustus 2013

Joris Demmink en Suriname II

Waarom schrijf ik over Joris Demmink?
Sinds de eerste blog over Joris Demmink en Suriname ben ik dieper in de materie gedoken van Joris Demmink en Suriname. Voordat ik hierop in ga, zal ik eerst vertellen hoe ik uiteindelijk mezelf zo bezig ben gaan houden met de hele affaire rondom Joris Demmink. Het was een zomeravond in 2011, toen ik door middel van googelen belandde op de website van Klokkenluideronline. Ik verslond de stukken rondom Joris Demmink in een razend tempo en ik begon uit verbijstering steeds meer research te doen op het internet naar deze hele affaire. Uiteindelijk had ik De Demmink Doofpot kunnen downloaden en weer las ik met de nodige verbijstering de nodige zaken. Iets meer dan een jaar lang heb ik de zaak min of meer gevolgd zonder mezelf te uiten. Toen de artikelen van het Algemeen Dagblad werden gepubliceerd begin oktober 2012, ontstond bij mij het idee om mijn oude blog om te bouwen naar een blog waarin ik mijn gedachten over de zaak-Demmink in kwijt kon. Ik ben niet het type die op Facebook of Twitter kort zijn gedachtes over deze zaak kan spuien. Ik had ruimte nodig, dus daarom het ombouwen van mijn oude blog.

Waarom de interesse voor het Suriname-aspect? Dit heeft natuurlijk te maken met mijn afkomst. In 2009 verscheen Andere Tijden op de televisie. Deze aflevering van Andere Tijden ging in op de betrokkenheid  van Nederland (en in het bijzonder de Nederlandse Militaire Missie) bij de gepleegde sergeantencoup van Desi Bouterse en vijftien andere militairen. Deze aflevering staat al inmiddels op YouTube. 

Toen was ik er mij niet van bewust dat Joris Demmink ook een rol had bij de Nederlandse Militaire Missie. Ik werd er mij goed van bewust in 2011 dat Joris Demmink een mogelijke rol speelde bij de sergeantencoup. Door het googlen kwam ik bij de tekst van deze bewuste aflevering en ik zag daar de naam van Joris Demmink opduiken als Suriname-coördinator bij het ministerie die het rapport van Majoor Koen Koenders over de Nederlandse Militaire Missie in Suriname in een la dumpte omdat het rapport volgens hem niks meer was dan een opsomming van roddels. Het maffe hiervan was dat dit rapport tot staatsgeheim werd verklaard, terwijl het volgens ene Joris Demmink een opsomming van roddels zou zijn. Rara, hoe kan dit nou toch? Voordat ik inga op wat ik precies heb gevonden en hoe dit te plaatsen valt, wil ik even zeggen dat ik misschien in de ogen van lezers te veel op pietluttige details inga, maar ik ben van mening dat dit nodig is om het hele verhaal stukje voor stukje bij elkaar te leggen. Het kan heel goed mogelijk zijn dat naast Joris Demmink ook andere personen worden genoemd.


Materiaal over Joris Demmink en Suriname
Om heel eerlijk te zijn is er heel weinig materiaal te vinden over Joris Demmink en Suriname. Ik heb in mijn zoektocht naar materiaal over Joris Demmink en Suriname niet zo heel veel kunnen vinden en wat ik heb kunnen vinden roept alleen maar meer vragen op in plaats van duidelijkheid. Ik was in de Centrale Bibliotheek van Rotterdam aan het speuren, maar ik vond alleen de naam van Hans Valk die in verband werd gebracht met de coup. Joris Demmink kwam ik in de literatuur niet tegen. Ik zal in mijn stuk wat oude gevonden stukken bespreken. 

Een van de stukken die ik vond was een brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie die gericht was aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Er worden in die brief vier vragen beantwoord. 

De eerste vraag waarop antwoord werd gegeven is of kolonel Hans Valk en de leden van de Militaire Missie in Suriname medewerking hadden verleend aan de voorbereidingen of mogelijke uitvoering van de staatsgreep in 1980. De commissie liet in het midden wat de precieze aanleiding was voor de staatsgreep. De commissie was niet van oordeel dat kolonel Hans Valk door zijn uitlatingen in 1979 een staatsgreep had aangewakkerd. De commissie was wel van mening dat kolonel Valk de coupplegers morele steun bood door begrip op te brengen voor hun houding. Verder was het thuis ontvangen van de coupplegers wel op te vatten als het geven van morele steun. Echter meende de commissie dat er geen causaal verband was tussen de daden van Hans Valk en de gebeurtenissen van 25 februari 1980. Er moet wel worden vermeld dat kolonel Valk wel kennis had over mogelijke gewelddadigheden die zouden plaatsvinden, alleen het hoe en wanneer zou hij volgens de commissie niet weten. Er kon verder niet bewezen worden dat hij daadwerkelijk advies had gegeven aan de coupplegers. Er kan echter wel een kanttekening worden geplaatst bij deze conclusie, aangezien het best mogelijk zou zijn dat kolonel Valk een document uit de jaren 70 genaamd "Zwarte Tulp" in handen zou hebben gegeven aan Desi Bouterse. Dit document zou een handleiding bevatten voor het plegen van een staatsgreep. Dit wordt althans beweerd door Stan Verschuuren, de auteur van het boek Suriname, Geschiedenis in hoofdlijnen. De commissie komt bij het beantwoorden van de eerste vraag tot de conclusie dat de inmenging van Hans Valk niet door de beugel kon. De leden van de Militaire Missie werden vrijgepleit van het kennis hebben of het meehelpen aan de staatsgreep.

De tweede vraag waarop antwoord werd gegeven heeft te maken met vraag een. De vraag is of diensten van Buitenlandse Zaken of Defensie de beschikking had over gegevens die de mogelijke betrokkenheid bij de staatsgreep kunnen onderschrijven of ontkrachten. Het antwoord hierop is dat dit het geval is en er wordt verwezen naar diverse rapporten. Zie hiervoor pagina twee en drie van de brief. De conclusie bij deze vraag is dat het uit de genoemde stukken het niet waarschijnlijk lijkt dat kolonel Hans Valk direct betrokken was bij de machtsgreep van 25 februari 1980.  De commissie sloot zich aan bij deze conclusie. 

Vraag drie is de vraag waarom de informatie uit het rapport van majoor Koen Koenders niet werd doorgegeven. Verder werden er vragen gesteld over wat er precies met het verslag is gebeurd en wie er betrokken waren bij het verslag. Uit het gegeven antwoord op de vraag kwam naar voren dat er drie exemplaren waren van het verslag van majoor Koen Koenders. Het eerste exemplaar werd naar kolonel Schulte, de hoofd van de Landmacht Inlichtingendienst gestuurd. Het tweede exemplaar ging naar luitenant-kolonel Beijer. Het derde exemplaar belandde in het archief van het bureau waar majoor Koenders werkzaam was. Het opmerkelijke is dat majoor Koenders een geschoonde versie van het rapport heeft opgemaakt. Daarvan waren er twee exemplaren. Een exemplaar werd overhandigd aan kolonel Maarseveen. Het andere exemplaar was in het archief van het bureau beland. In de geschoonde versie van het rapport ontbraken trouwens een aantal passages. Joris Demmink en kolonel Schulte hadden op 15 september 1981 het rapport besproken. Demmink en Schulte kwamen overeen dat er geen vervolg aan het rapport moest worden gegeven. Joris Demmink was daar toe bevoegd vanwege zijn functie als toenmalig hoofd van de Afdeling Wetgeving en Publiek-recht van het ministerie van Defensie en ook coördinator van het beleid met betrekking tot Suriname op dit departement. Joris Demmink kwam tot dit oordeel omdat het rapport in zijn ogen niks meer was dan een opsomming van roddels en verhalen die hij in 1980 en 1981 ook had gehoord. Hij zag geen aanknopingspunten voor een verder vervolg op dit rapport. Opvallend is dat Joris Demmink ook aangaf dat er geen vertroebeling werd gewenst met de leiding van het Surinaams Nationaal Leger en in het algemeen Suriname. De commissie concludeerde dat Joris Demmink het belang van de informatie verkeerd had ingeschat en hij had volgens de commissie de rapportage aan de leiding van het departement niet achterwege mogen laten. De commissie had aangegeven dat de inhoud politiek gevoelig was. Schulte had volgens de commissie de secretaris-generaal van Defensie, de heer Peijnenburg nagelaten om op de hoogte te brengen van het rapport en de inhoud daarvan. Kolonel Schulte gaf aan dat hij in de veronderstelling was dat Joris Demmink dit gedaan had. Verder gaf Schulte aan dat het niet ging om de mogelijke betrokkenheid van missieleden, maar het ging hem om mogelijke vrijheidsinbreuken. Tenslotte trok hij ook de waarde van het rapport in twijfel. De commissie concludeerde dat Schulte de secretaris-generaal, de minister de Ruiter en kolonel de Rijk had moeten inlichten. 

Uiteraard is het rapport van majoor Koen Koenders in de derde vraag het rapport die door ene Joris Demmink tot opsomming van sterke verhalen en roddels werd bestempeld het bewuste rapport die uiteindelijk staatsgeheim werd voor zestig jaar.

De laatste vraag ging niet over Joris Demmink, maar wel over een van de sleutelfiguren in die periode. Hans Valk had verslag uitgebracht over het bezoek die hij op 28 februari 1980 had gebracht aan de Nationale Militaire Raad. Dit verslag bevatte volgens de commissie cruciale passages. Een van die passages zou gaan over het advies van kolonel Valk over hoe er moest worden omgegaan met de regering-Arron. De ambassadeur Vegelin van Claerbergen vond dat deze passages niet vermeld moesten worden omdat hij wist dat anders kolonel Valk zou zijn teruggeroepen. Ik denk dat de ambassadeur diep in zijn hart wist dat hij Valk zijn gang moest laten gaan, want anders zou de situatie in Suriname mogelijk uit de hand kunnen lopen. Het was bekend dat Bouterse zeer gesteld was op kolonel Valk. Kolonel Valk was een van de weinige personen waarop Desi Bouterse op vertrouwde. De commissie gaf Vegelin van Claerbergen een tik op zijn vingers, door te concluderen dat hij deze passages had moeten opnemen. 

Het opmerkelijke is dat de commissie concludeerde dat Hans Valk op een aantal punten zeer tekort geschoten was, maar doordat hij vanwege zijn leeftijd de dienst moest verlaten, kreeg hij geen sanctie opgelegd. Dit lijkt wel op een soort schuldigverklaring zonder oplegging van straf. Ik vraag me hier dus af wat voor straf hier op zijn plaats was geweest. De rest inclusief Joris Demmink kwam ook weg zonder sanctie. Bij Joris Demmink plaats ik dezelfde kanttekeningen als bij Hans Valk. Hij had het rapport van majoor Koen Koenders verkeerd ingeschat en toch kwam hij weg zonder sanctie. Ik vraag me eigenlijk af in hoeverre hij zicht had in wat kolonel Valk uitspookte in Suriname. Is hij ooit in Suriname geweest? Hoe hadden die twee verder contact. Uiteraard weet ik dat hij en Hans Valk per brief contact hielden. 


Het volgende stuk wat ik vond, was dit stuk. Dit stuk betrof een verslag van een Kamerdebat op woensdag 21 maart 1984. In het verslag komt onder meer naar voren dat D66 Kamerlid Engwirda onder meer een vraag stelde of de conclusie dat Schulte en Demmink verantwoordelijk zijn doordat ze het rapport niet doorstuurden aan de betrokken bewindslieden? Dit Kamerlid merkte op dat Demmink een andere lezing had van het gebeuren. De heer van der Spek, Kamerlid van de PSP gaf aan dat in Vrij Nederland een artikel stond die het aannemelijk maakte dat Demmink en Schulte wel de nodige informatie hadden gegeven. Hij merkte vervolgens op dat uit het artikel in Vrij Nederland een beeld ontstond van een doofpotcommissie. Met de staatssecretaris kon niet gesproken worden, terwijl vijf anderen niet voor de commissie verschenen. Dit rapport roept volgens van der Spek meer vragen op dan het antwoord geeft op de vragen.  Vervolgens komt Kamerlid Weisglas van de VVD aan het woord. Hij merkt op dat er een soort angstcultuur ontstond die werd veroorzaakt door de angst om de machthebbers in Suriname destijds niet voor het hoofd te stoten. Het gevolg hiervan was onder meer het besluit om kolonel Valk in april 1980 terug te zenden naar Suriname en de beslissing van Joris Demmink om aan het rapport van Koen Koenders geen gevolg te geven. Weisglas geeft aan dat de secretaris-generaal in de zomer van 1983 pas na het verschijnen van een artikel in Vrij Nederland over deze kwestie het bewuste rapport onder ogen kreeg. De secretaris-generaal verklaarde aan de commissie hierover dat hij voor die tijd niet op de hoogte was van het bestaan van het rapport. Joris Demmink stelt daar echter tegenover dat hij naar alle waarschijnlijkheid had verteld aan de secretaris-generaal dat het rapport van Koen Koenders niks nieuws bevatte. Wie van die twee spreekt eigenlijk de waarheid?

Ik heb even een paar antwoorden gepakt van minister de Ruiter van Defensie die over Demmink gaan. Het is best opmerkelijk dat de commissie niet verder is ingegaan op de verklaringen van secretaris-generaal Peijnenburg en Demmink, aangezien deze verklaringen elkaar tegenspraken. Peijnenburg claimde dat hij zich niet kan herinneren dat Demmink het rapport met hem had besproken en Demmink steltde dat hij dit wel had gedaan. Weisglas vraagt door, aangezien Demmink het waarschijnlijk met Peijnenburg over het rapport had. Hij wilde weten hoe groot de onzekerheid was dat dit niet het geval was. De Ruiter gaf als antwoord dat Demmink het niet stellig kon zeggen of hij het rapport had besproken met Peijnenburg. Het staat wel vast dat Demmink het rapport niet had doorgestuurd naar de leiding van het departement. 

Vragen
In navolging van de website Meld Demmink, wil ik ook een aantal vragen stellen over de kwestie van de Nederlandse betrokkenheid bij de sergeantencoup in 1980. De vragen die ik stel:

  • Is Joris Demmink ooit geweest in Suriname? Zo ja, waar verbleef hij?
  • Hadden kolonel Valk en Joris Demmink alleen maar contact per brief of ook via andere communicatiemiddelen?
  • Bestond het document/blauwdruk "Zwarte Tulp" of is dit een gerucht?
  • Als het document/blauwdruk "Zwarte Tulp" bestond. Wie had dit document/blauwdruk in handen? 
  • Waarom kregen de betrokkenen geen tik op hun vingers van de commissie, ondanks deze grove nalatigheden?
  • Wat is de normale sanctie bij zulke nalatigheden?
  • Waarom is er niet veel te vinden in de literatuur en andere bronnen over de verantwoordelijkheid van Joris Demmink? 
  • In hoeverre was Hans Valk betrokken bij de sergeantencoup in 1980? Bleef het bij advies geven of deed Hans Valk meer dan alleen advies geven?
  • Waarom schilderde Joris Demmink het rapport van majoor Koen Koenders af als een opsomming van geruchten en roddels die hij al eerder had gehoord? 
  • Waarom werd er geen vervolg aan het rapport van Koen Koenders gegeven?
  • Waarom werd het rapport uiteindelijk toch tot staatsgeheim verklaard?



vrijdag 21 juni 2013

Twee voormalige topambtenaren treden naar voren met hun verklaringen over Joris Demmink

Verklaringen van twee voormalige topambtenaren over Joris Demmink
Op donderdag 20 juni kwam de Volkskrant met twee artikelen over de kwestie Joris Demmink (bron en bron). Eindelijk is duidelijk om welke twee voormalige topambtenaren het gaat. Het gaat in dit geval om voormalige gevangenisdirecteuren Bart Molenkamp en Jacques van Huet. Het bijzondere aan beide verklaringen is dat deze verklaringen bij de notaris zijn afgelegd en nogal belastend kunnen zijn voor Joris Demmink (bron en bron). Beide verklaringen gaan over een dienstreis naar Londen in mei 1992 waarin een medewerkster volgens Molenkamp en van Huet verklaarde aan meerdere collega's aan de hotelbar dat ze voor Joris Demmink minderjarige Thaise jongens moest regelen. Er moet wel worden vermeld dat Demmink niet op deze dienstreis aanwezig was. Volgens beide heren zou ze daar ontstemd over zijn. Het vreemde aan dit verhaal is echter dat de betreffende medewerkster dit verhaal ontkent. Verder kunnen vier medewerkers dit opmerkelijke incident zich niet voor de geest halen. Harro Knijff, de advocaat van Demmink schildert deze twee verklaringen af als "kwaadaardige borrelpraat". Ik ben wel met CDA-kamerlid Pieter Omtzigt eens dat deze verklaringen zeer interessant zijn en ik zou graag willen zien dat beide heren (mochten ze bereid zijn om te willen getuigen) onder ede worden gehoord in een rechtszaak. De waarheid moet boven tafel komen zodat een einde komt aan deze waanzin in Nederland.

De verklaring van Bart Molenkamp komt nogal bekend voor omdat dit de verklaring was waar volgens De Demmink Doofpot Pieter Omtzigt in maart al over getipt was per e-mail (bron). Dit was de korte verklaring waarin alleen het incident werd beschreven. De verklaring van Jacques van Huet is iets uitgebreider, want hij geeft aan wie er volgens hem bij die betreffende dienstreis aanwezig waren. Een van die namen op de lijst was de naam van Rita Verdonk. Verder valt op dat de betreffende medewerkster meestal tegen het weekend instructies kreeg van Joris Demmink om telefonisch jonge (naar waarschijnlijkheid) minderjarige jongens te regelen. Hij voegt daar tussen haakjes aan toe dat Haagse pooiers dit konden regelen. Ik moet meteen denken aan de AD-artikelen in oktober 2012 over een Haagse pooier genaamd Dick Willard die al in verband werd gebracht met Joris Demmink. Hij werd in 1991 vermoord (bron). Ik acht het niet uitgesloten dat het stokje misschien werd overgenomen door iemand anders of door meerdere personen. Zou Nico van Empel misschien hier van af weten of anders andere hoge ambtenaren? Tenslotte zegt Van Huet in zijn verklaring dat hier over naar buiten treden ambtelijke zelfdoding zou betekenen. Met andere woorden: einde loopbaan bij de overheid.

Dingen die ik wil aankaarten met betrekking tot het tweede Volkskrantartikel omtrent Joris Demmink 
De Volkskrant schrijft onder meer: "De andere media zijn terughoudend, omdat er geen enkel bewijs is." In mijn ogen klopt dit niet omdat de andere media terughoudend zijn om andere redenen dan bewijstechnische aspecten. In 2003 zijn Gay Krant en Panorama redelijk hard aangepakt door Demmink en zijn advocaat omdat ze niet meer de publiciteit mochten zoeken als daar aanleiding toe was. Dit staat op pagina 323 van de Demmink Doofpot. Dit was een 'herenakkoord'. Verder had de NOS in juni 2004 bakzeil gehaald bij de Raad voor de Journalistiek omdat de klacht van Joris Demmink gegrond werd verklaard. Uiteraard speelt ook mee dat zeer weinig mensen zich willen branden aan deze kwestie gezien de intimidatie van Demmink en zijn advocaat. Je moet nogal sterk in je schoenen staan om hier weerstand te kunnen bieden. Niet iedereen is bereid om zijn leven te wijden aan zo'n zaak, wat uiteraard te begrijpen is aangezien veel mensen bijvoorbeeld hun werk of hun gezinsleven op het spel kunnen zetten. Gelukkig zijn er nog een aantal mensen die zich willen inzetten om deze kwestie proberen op te lossen  In mijn ogen gaat het niet om de vraag of het bewijs er is, maar zijn er genoeg feiten en omstandigheden waarop Joris Demmink kan worden aangemerkt als verdachte in de zin van art. 27 Sv? Ik beantwoord deze vraag volmondig met ja. Of er voldoende bewijs is om Joris Demmink te veroordelen is een zaak van de rechter.

Ik wil nog verder aankaarten dat het Rolodex-onderzoek terecht in het artikel staat vermeld, maar dat het Handel in Kinderen (HIK-onderzoek) niet wordt genoemd. Terwijl dat er aanwijzingen zijn dat Joris Demmink ook hier wordt genoemd (bron). Het gaat hier om de topambtenaar die door Lothar G. wordt gevraagd om in Polen een kind over de Duitse grens heen te smokkelen.

Tenslotte wil ik net als Robert Rubinstein een lans breken voor een fatsoenlijke klokkenluidersregeling. In Nederland komen klokkenluiders er nogal bekaaid van af. Zie bijvoorbeeld een Ad Bos die de bouwfraude aankaartte en een Fred Spijkers die de ondeugdelijke landmijnen aan de kaak stelde. Ik denk zelf dat bij een betere klokkenluidersregeling dat er misschien meer mensen bereid zouden zijn om misstanden aan de kaak te stellen. Zou het dan mogelijk zijn dat er dan meer getuigen kunnen opstaan?


vrijdag 24 mei 2013

Nog wat ontwikkelingen in de bodemprocedure van Joris Demmink

De ontwikkelingen volgen zich redelijk snel op in de bodemprocedure van Joris Demmink tegen het Algemeen Dagblad. Ik zal een paar ontwikkelingen bespreken en eventueel mijn mening hierop geven. 

Wie betaalt de advocaat van Joris Demmink? 
Dit antwoord is heel simpel, maar heel onthutsend. Wij als Nederlandse burgers draaien op voor de kosten van de peperdure advocaat van Joris Demmink, omdat de Nederlandse Staat dit betaalt. Dit blijkt uit de reactie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie op het WOB-verzoek van Stichting De Roestige Spijker. De argumentatie bestaat onder meer uit een verwijzing naar art. 69 lid 1 Algemeen Rijksambtenarenreglement (antwoord op WOB-verzoek). De motivering is dat de vergoeding van de kosten van de peperdure advocaat gerechtvaardigd is omdat Demmink door zijn functie als Secretaris-Generaal van Justitie het voorwerp werd van publicaties. Dit is feitelijk onjuist omdat Joris Demmink op 20 april 1998 in Netwerk al op de korrel werd genomen. Zijn naam werd niet expliciet genoemd, maar uit diverse feiten en omstandigheden viel toch af te leiden dat het ging om Joris Demmink (blog 14 oktober 2012). Ik zie niet in waarom de Nederlandse staat (wij als Nederlandse burgers) voor de kosten van de advocaat moeten opdraaien voor mogelijke dingen die hij buiten zijn functie heeft gedaan. In het antwoord van het WOB-verzoek staan in de bijlage diverse facturen van het advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek te vinden. Dat zijn facturen waar een paard de hik van krijgt. 

Mogelijke voeging van Stichting De Roestige Spijker in de bodemprocedure
Stichting De Roestige Spijker wil zich graag voegen aan de zijde van het Algemeen Dagblad in de bodemprocedure. De Stichting heeft hierop een verzoek ingediend (bron). Uit het verzoek blijkt dat de Stichting zich graag wil voegen aan de zijde van het Algemeen Dagblad omdat zij de twee betreffende artikelen willen gebruiken om aandacht te vestigen op een documentaire genaamd Dutch Injustice. Om aandacht te vragen voor deze documentaire, wil de Stichting de twee betreffende artikelen die voorwerp van geschil zijn herpubliceren (bron). Stichting De Roestige Spijker mag van de rechtbank voeging bepleiten in de zaak-Demmink (bron) in juli. Joris Demmink en zijn advocaat zijn daar uiteraard niet van gediend en hebben zich verweerd. Ze stellen onder meer dat het gaat om een complottheorie jegens Joris Demmink en dat de Stichting geen belang heeft bij de voeging (bron). Het feestje wordt steeds leuker omdat het Algemeen Dagblad ook tegen voeging van Stichting De Roestige Spijker is. Het Algemeen Dagblad stelt dat de Stichting en het Algemeen Dagblad verschillende dingen nastreven (bron).

Ik zal wel misschien overkomen als een complotdenker, maar Joris Demmink wil Stichting De Roestige Spijker natuurlijk er niet bij hebben omdat ze moeilijk te zijn bespelen. Dit in tegenstelling tot de meeste media. Over de jaren heen lijken de meeste mainstreammedia zich heel timide te hebben opgesteld. Dit is te verklaren door de uppercuts die Joris Demmink met zijn macht heeft uitgedeeld. Denk bijvoorbeeld aan het uitvoerige verweer in de Runderkamp Papers van de NOS Journaal (bron). Joris Demmink diende op 14 januari 2004 een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek tegenover NOS Journaal. Uiteindelijk wordt zijn klacht op 29 juni 2004 gegrond verklaard met de volgende motivering:

Het door verweerders aangedragen materiaal levert aldus geen deugdelijke grondslag op voor de bewering dat klager 'achter gesloten deuren heeft toegegeven dat hij seks heeft gehad met jonge homo's/mannen en dat hij niet altijd vroeg hoe oud ze waren'. Ook anderszins is gesteld noch gebleken dat voor die zeer ernstige beschuldiging voldoende grondslag bestaat.'. Het Journaal heeft 'de grenzen overschreden van wat, gelet de op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is' (bron)

Verder schijnt Demmink Gay Krant en Panorama op de knieën te hebben gekregen door een herenakkoord middels een rectificatie in plaats van een dagvaarding zoals Donner had geëist (bron). Er werd veel later bekend dat de hoofdredacteuren van Gay Krant en Panorama op straffe van een dwangsom van €100.000 niet meer over de zaak-Demmink mochten praten (bron). Dit speelde zich allemaal af in oktober 2003. Het opmerkelijke dat hij in die tijd nooit de gang naar de rechter had gemaakt. Het schijnt dat hij bang was dat zijn verleden op tafel zou komen. Toch blijf ik het raar vinden dat alles en iedereen Joris Demmink kan beschuldigen van alles en nog wat. Als Secretaris-Generaal van Justitie moet je brandschoon zijn. Waarom hebben de diverse ministers Demmink niet op non-actief gezet om alles eens goed te kunnen onderzoeken? Ik hoop uiteraard dat alles een groot misverstand blijkt te zijn, maar het lijkt er steeds meer op dat er een doofpot rondom Joris Demmink schuil gaat die zijn weerga niet kent. Gezien de feiten en omstandigheden moet Joris Demmink vervolgd worden door het Openbaar Ministerie. Wat moet er eigenlijk gebeuren om hem te kunnen vervolgen? 

Vertraging in de bodemprocedure
Volgens mij heb ik nog nooit gehoord dat een advocaat even twee maanden naar het buitenland gaat in een redelijke belangrijke fase van de bodemprocedure. De advocaat van Joris Demmink, Mr. Knijff verblijft tot 5 juli 2013 in het buitenland en kan zodoende niet namens Joris Demmink mondeling toelichten waarom Demmink tegen de voeging van de Stichting is (bron). In mijn ogen lijkt dit gewoon op een ordinaire vertragingstactiek. Een bodemprocedure is niet bepaald goedkoop te noemen en Joris Demmink krijgt wat tijd om zaken te regelen. Hier had ik wel rekening mee gehouden. In oktober 2012 na de publicatie van het Algemeen Dagblad liet Demmink namens zijn advocaat weten dat hij gerechtelijke stappen zou ondernemen, maar dit gebeurde pas na een paar maanden op mede aandringen van Stichting De Roestige Spijker. Ik heb het rare voorgevoel dat Demmink zal aansturen op een deal met het Algemeen Dagblad en daarbij geen pottenkijkers wil hebben in de vorm van Stichting De Roestige Spijker. 

woensdag 20 maart 2013

E-Mail aan Pieter Omzigt

Uitgelekte e-mail
Het Katholiek Nieuwsblad berichtte op 19 maart over een nieuwe getuigenis over Joris Demmink (bron). De getuige was iemand die een naaste medewerkster van Joris Demmink had ontmoet. Volgens die persoon moest de medewerkster twintig jaar geleden op een dienstreis in Engeland jonge, minderjarige jongens/mannen regelen voor Joris Demmink. Het ging hier voornamelijk om jonge Thaise jongens/mannen. Dit deed ze met de nodige weerzin. Vandaag heeft Jan Poot van de website demminkdoofpot.nl echter de betreffende e-mail die gericht was aan Tweede Kamerlid Pieter Omzigt van het CDA laten uitlekken (bron). Persoonlijk vind ik dit niet netjes, maar ik kan me voorstellen dat een complexe situatie die al decennia voortduurt vraagt om een radicale aanpak. Ik zal dan ook de naam van de medewerkster niet noemen in mijn verhaal. Voor lezers die daarin wel geïnteresseerd zijn verwijs ik naar de website van demminkdoofpot.nl.

Analyse van de inhoud van de e-mail
Wat mij als eerste opvalt aan de e-mail is dat de e-mail nogal kort en niet echt gedetailleerd is te noemen. Echter geeft de schrijver van de e-mail wel een aantal dingen aan die mogelijk geverifieerd kunnen worden. De schrijver noemt het jaartal 1993 in de e-mail, maar dit kan eventueel ook eerder of later zijn. Als ik het CV van Joris Demmink erbij pak, dan zie ik hij tot 1993 eerst directeur-generaal rechtspleging was bij het ministerie van justitie. Daarna werd hij directeur-generaal Internationale gelegenheden en vreemdelingen zaken bij het ministerie van justitie. Gezien de functie van Demmink zou zo'n dienstreis tot de mogelijkheden behoren.

Het tweede punt wat mij opvalt aan de e-mail is dat de schrijver het heeft over jonge Thaise jongens/mannen. Het eerste waar ik meteen aan dacht is aan het feit dat Demmink niet naar Thailand durfde te reizen. Dit blijkt uit een interview uit 2003 die Gay Krant en Panorama met hem hadden:


"Nog persoonlijker wordt zijn relaas als hij bekent dat hij -vanwege alle roddels die over hem worden rondgestrooid- nooit op vakantie naar Thailand durfde, “En dat terwijl de cultuur van het land me bijzonder trekt. In 1981 heb ik ooit een overstap gemaakt op Bangkok, maar verder dan de luchthaven ging ik niet. Hetzelfde geldt voor een bestemming als Sri Lanka. Juist in mijn positie moet ik elke schijn vermijden. Ik ben niet achterlijk.” Bron
Dacht Demmink soms bij zichzelf dat als hij niet naar Thailand kon komen dat hij Thailand en in het bijzonder jonge jongens/mannen naar hem kon laten halen?

Het laatste punt wat mij opviel in deze e-mail is dat de schrijver het niet begrijpt waarom Donner Demmink tot Secretaris-Generaal van justitie terwijl er zoveel geruchten waren rondom Demmink. Deze verontwaardiging deel ik net als vele mensen. Het schijnt dat de AIVD destijds voor de screening van Demmink niet minder dan 40 geruchten moest onderzoeken (bron). Het is dan ook een volslagen raadsel hoe hij daar Secretaris-Generaal is geworden. Het rare aan deze benoeming is dat hij juist om die geruchten een benoeming op Defensie is misgelopen. Zou dat misschien ook te maken kunnen hebben met de dingen die hij naast zijn seksuele strapatsen heeft uitgespookt met betrekking tot de Sergeantencoup in 1980 in Suriname?



woensdag 6 februari 2013

Actuele ontwikkelingen rondom Joris Demmink

Actuele ontwikkelingen rondom Joris Demmink
Op 5 februari 2013 bracht het Katholiek Nieuwsblad het nieuws dat Joris Demmink het AD gaat dagvaarden (bron). Dit is het goede nieuws, omdat beide partijen hun kaarten op tafel mogen gooien van de rechter. Het slechte nieuws is dat Joris Demmink heeft gekozen voor een bodemprocedure. Het voordeel van een bodemprocedure is dat het geschil definitief beslecht wordt. Een groot nadeel van een bodemprocedure is dat dit een zeer lange procedure zal worden die lang gerekt kan worden. Verder kost een bodemprocedure veel geld. Ik veronderstel dat Joris Demmink beide dingen heeft. Hij heeft wat geld en tijd zat nu hij met pensioen is. Overigens verwonder ik mij nogal om een paar dingen omtrent deze bodemprocedure. Waarom kiest hij voor een bodemprocedure in plaats van een kort geding? Als iemand zulke dingen over mij zou schrijven dan zou ik in alle staten zijn en een kort geding aanspannen om rectificatie en een eventuele schadevergoeding af te dwingen. Verder ben ik zeer verbaasd dat dit de eerste keer is dat hij daadwerkelijk gerechtelijke stappen onderneemt. Tenslotte ben ik zeer verbaasd over het feit dat hij pas na vier maanden zijn advocaat het AD laat dagvaarden. Het argument van de advocaat van Joris Demmink dat hij er agendatechnisch niet eerder aan toe is gekomen neem ik maar met een korrel zout (bron).

Vandaag berichtte Klokkenluideronline dat Joris Demmink zitting heeft in het Netherlands Helskini Committee (bron). Dit is op de website goed te zien: http://www.nhc.nl/en/about_us/executive_committee/. Zonder te speculeren en allerlei ingewikkelde conclusies te trekken stel ik hier een aantal vragen:
1. Wat is de connectie tussen de US Helsinki Commisson en de Netherlands Helsinki Committe?
2. Had Joris Demmink voorkennis over de recente gebeurtenissen?
3. Kan Joris Demmink mogelijk de gang van zaken beïnvloeden?

Het opvallende van alle ontwikkelingen is dat de gevestigde media hier niks over publiceren. Waar zijn ze in hemelsnaam bang voor? Dwangsommen, rectificaties, de druk en connecties van Joris? Ik moest het nieuws vernemen van de website van het Katholiek Nieuwsblad. Ik kon dus niet terecht bij de bekende gevestigde media. Dit is gewoon een simpel nieuwsbericht vol met feiten. Het gaat erom dat de voormalig Secretaris-generaal van Justitie een bodemprocedure gaat starten tegen het AD.

De bodemprocedure
Ik kan in een zin klaar zijn door te zeggen dat of Joris Demmink wint of het AD. Echter zijn er wat mogelijkheden qua dingen die kunnen gebeuren in de bodemprocedure. Het zou best eens kunnen dat Demmink en het AD tot een schikking komen. Ik acht dit niet onwaarschijnlijk aangezien Joris Demmink volgens het NOS-journaal van woensdag 5 november 2003 een schikking trof met Gay Krant en Panorama (bron). De reden hiervoor was dat de topambtenaar niet wilde dat zijn hele verleden op straat lag. De bodemprocedure gaat nog leuker worden omdat het AD volgens Harry Veenendaal twee naaste medewerkers van Joris Demmink onder ede laat getuigen. Zie hiervoor de link naar deze tweet: https://twitter.com/HarryVeenendaal/status/291148528112259073. Mocht dit waar zijn, dan kan de bodemprocedure smeuïg worden.

Het gaat niet om de hele oorlog, maar het betreft hier een kleine veldslag. De rechtsvraag die hier speelt is of het AD alles juist heeft weergegeven. Deze bodemprocedure gaat alleen over de vraag of Joris Demmink inderdaad contact heeft gehad met een pooier van minderjarige jongens. Het geschil gaat uiteraard niet over de diverse beschuldigingen omtrent seksueel misbruik van minderjarige jongens. Dit is een andere kwestie die uitgevochten wordt door andere partijen in andere geschillen met Joris Demmink.